Amfibieën en reptielen

Op het land en in het water

Auteur: Birgit Beckers
Auteur: Birgit Beckers

Een leven aan beide zijden

In de evolutionaire geschiedenis zijn amfibieën de oudste groep gewervelde landdieren. Ze hebben op enig moment de overgang van het water naar het land gemaakt, maar zijn nog altijd nauw verbonden met het water. De naam amfibie komt uit het Grieks en betekent zoveel als ‘in beide levend’, ze leven zowel op het land als in het water. In Duitsland komen 21 soorten voor, die op grond van hun lichaamsvorm worden onderscheiden in salamanders en kikkers.

Typische kenmerken van amfibieën zijn de dunne, beklierde huid, de metamorfose van de larven en skeletreducties zoals de ontbrekende duimen aan de voorpoten. Het zijn koudbloedige dieren, die meestal koud aanvoelen. Om niet uit te drogen moeten ze zich in een vochtige omgeving ophouden. Ze mijden de zon en zijn overwegend ’s nachts actief. De met gelei omhulde eieren worden afgezet in het water; op het land zouden ze uitdrogen. Er zijn ook enkele soorten zoals de vuursalamander die hun larven levend baren.

In tegenstelling tot amfibieën zijn reptielen (of ‘kruipdieren’) niet afhankelijk van water. Zij hebben een geschubde huid die hen tegen uitdroging beschermt. Reptieleneieren hebben meestal een harde schaal. Aangezien reptielen koudbloedig zijn, hebben ze zonnewarmte nodig om op de gewenste lichaamstemperatuur te komen.

Tot de 14 inheemse reptielensoorten behoren hagedissen, slangen en schildpadden. Alle hebben een droge, geschubde huid die niet meegroeit. Daarom moeten reptielen regelmatig vervellen. Bij veel soorten wordt de oude huid na het vervellen opgegeten, maar soms heeft men het geluk om een zgn. slangenhemd te vinden, de afgestroopte en binnenstebuiten gekeerde huid van een slang.

Hagedissen lijken op het eerste gezicht op salamanders, maar ze hebben wel duimen aan hun voorpoten.

Koudbloedige dieren zoals amfibieën en reptielen gaan in winterrust en kunnen dus alleen vanaf het voorjaar tot in de herfst worden waargenomen.

Boomkikker

De luidruchtige klauteraar

Kamsalamander

De grootste en zeldzaamste inheemse salamander

Geelbuikvuurpad

Met uitsterven bedreigd

De vroedmeesterpad

Een geëmancipeerd padje met mooie ogen

Vuursalamander

Die zwartgele

 

Bruine kikker en gewone pad

Onze meest algemene soorten

Hazelworm en gladde slang

Een echte en een onechte slang