Insecten

Heimelijke heersers over onze aarde

Auteur: Henning Vierhaus
Auteur: Henning Vierhaus

Ontelbaar en oneindig gevarieerd

Insecten behoren samen met de kreeftachtigen, de spinachtigen en de duizendpootachtigen tot de zgn. geleedpotigen. Kenmerkend voor insecten zijn hun zes poten, in tegenstelling tot bijv. spinnen die er acht hebben.

Insecten gelden als de soortenrijkste dierklasse op aarde. Tot nu toe zijn er bijna 1 miljoen insectensoorten beschreven. Dat is meer dan 60% van alle thans bekende diersoorten. Er zijn insectensoorten van nog geen millimeter lang bijv. de Mymaridae, een familie van minuscule sluipwespen. Aan de andere kant zijn er wandelende takken van meer dan 30 cm lang.   

Het insectenlijf bestaat uit drie delen: de kop, het borststuk en het achterlijf. Bij mieren is dat goed te zien. De vleugels groeien uit huidplooien. De kop heeft voelsprieten en monddelen, en ook opvallende facetogen die uit afzonderlijke delen zijn samengesteld. De voortplantingsorganen zitten in het achterlijf.

Het lichaam van een insect wordt ondersteund door een uitwendig skelet dat niet meegroeit. Daarom vervellen ze tijdens de groei die stapsgewijs verloopt. 

De ontwikkeling van een insect verloopt in fasen, van ei tot larve tot volwassen dier. Veel soorten kennen een pop-stadium waarin de larve verandert in een volwassen dier. Dan vindt een volledige gedaanteverwisseling plaats. Vlinders zijn daarvan het bekendste voorbeeld. Vaak is het larvestadium de langste levensfase van insecten. Zo leven de larven van de eendagsvlieg wel twee jaar in het water. 

De dierklasse van de insecten is oeroud, 400 miljoen jaar geleden waren ze er al. Er is een enorme diversiteit aan soorten en vormen ontstaan. En bijna overal op aarde komen insecten voor.

Libellen van stromend water

Wendbare jachtvliegers

Kevers

Goed gepantserd op pad

Vlinders

Fladderende schoonheid