Moerasspirea

Met de geur van amandelen en honing

Auteur: Antonius Klein
Auteur: Antonius Klein

Een insectenlokker

Moerasspirea (Filipendula ulmaria) is een plantensoort die in bijna heel Europa voorkomt. Hij groeit op voedselrijke, vochtige plaatsen zoals grasland, oevers, ruigtes en ook in moerassig elzenbos. Het is een forse, vaste plant die wel anderhalve meter hoog kan worden en daarmee andere planten weg kan concurreren.

’s Zomers vallen vooral de dichte, witte bloemschermen op. De amandel- of honingachtige geur van de bloemen trekt veel insecten aan, vooral bijen, vliegen, kevers en zweefvliegen.

De vruchtjes met de zaden zijn zo licht, dat ze gemakkelijk door de wind worden verspreid. Maar ze kunnen ook door stromend water worden meegenomen. En ze hebben nog een verspreidingsmethode: de vruchtjes blijven haken in de vacht van dieren.

In oude kruidboeken wordt moerasspirea ook wel ‘koningin des velds’ genoemd. In hooiland valt na het maaien op dat de plant een opvallende zoetige geur verspreidt. Vroeger werden de bloemen gebruikt voor het aromatiseren van (honing)wijn en voor het samenstellen van geurboeketten.