05 Woeste

Het kleine laagveen middenin de Hellwegbörde werkt als een magneet op steltlopers en watervogels. Het kikkerkoor van de talrijke boomkikkers is in het voorjaar en in de zomer al van verre te horen.

Auteur: Ralf Joest
Auteur: Ralf Joest

Leefgebied voor watervogels en steltlopers midden in het intensief agrarisch lösslandschap

Ten noorden van Bad Sassendorf, bij Ostinghausen, ligt de Woeste als een ondiepe schotel op de plek waar de Ahse en de Woestebach samenkomen. Het gebied van ongeveer 50 hectare is één van de weinige overgebleven laagvenen uit de regio. Vanwege zijn kalkhoudende ondergrond spreekt men ook wel van een kalkmoeras. Dergelijke kalkmoerassen zijn zeer zeldzaam in Noord-Duitsland.

De Woeste heeft een hoge grondwaterstand. Het veenpakket is tot twee meter dik en is doorsneden met witte kalkafzettingen. Het gebied is met sloten ontwaterd en in gras- of akkerland omgezet. Sinds 1972 wordt er door Saline Bad Sassendorf jaarlijks 3000 kubieke meter turf gestoken voor gebruik in medicinale "Moorbäder". Door dit gebruik heeft de Woeste veel van haar oorspronkelijke karakter verloren. Sinds 1998 echter wordt het water in de centrale afwateringssloten opgestuwd, waardoor het oostelijk deel van het gebied weer water ontvangt. Met het afwisselende mozaïek van open water, overstromingsvlakten, pingoruïnes, poelen, rietvlakten en vochtige graslanden heeft de Woeste zich tot een belangrijk leefgebied voor veel soorten ontwikkeld.

Een magneet voor vogels

In 2015 broedden er voor het eerst ooievaars in het gebied, nadat actieve burgers in het voorjaar een nestpaal hadden gebouwd bij Beddinghausen. Jammer genoeg bleef het bij een broedpoging en kwamen er geen jongen. De vogels waren nog zeer jong en onervaren; één van de dieren was in 2013 als jonge vogel bij Croesfeld geringd. Over het algemeen zijn ooievaars pas met drie of vier jaar geslachtsrijp. Het mislukken van de eerste broedpoging zegt niets over het succes van de komende broedpogingen. De ooievaars hebben het nest geaccepteerd en de omgeving leren kennen. Daarmee is waarschijnlijk de terugkeer van deze langlevende vogel verzekerd.

De blauwe reiger en zilverreiger zijn hier ook regelmatig te zien. Ook de grauwe gans en de canadese gans rusten en broeden hier regelmatig. Ze zoeken hun voedsel in de omliggende graslanden. In de winter kunnen af en toe noordelijke gasten als de taigagans of de kolgans worden waargenomen. Ook de wintertaling is hier in de winter aan te treffen. In het voorjaar komen daar nog krakeenden, pijlstaarten, zomertalingen en slobeenden bij. Sinds de Woeste weer rijkelijk van water wordt voorzien broeden er jaarlijks enige paartjes krakeenden, zomertalingen en slobeenden in het gebied. Tussen het riet langs de oever broeden niet alleen meerkoeten en waterhoentjes, maar ook waterrallen. Deze schuwe watervogel wordt maar zelden gezien. Steltlopers als kievit, watersnip en bosruiter gebruiken de Woeste regelmatig als rustplaats. Ze zijn regelmatig te zien. In het voorjaar en de herfst komen daar bijna jaarlijks ook zeldzamere soorten bij zoals zwarte ruiter, tureluur, of de kleinere strandlopers. De bruine kiekendief is een regelmatige broedvogel in de Woeste. Andere roofvogels zoals rode wouw, blauwe – en grauwe kiekendieven en boomvalken fourageren regelmatig in het gebied. Tot de typische zangvogels van het gebied behoren de rietgors, kleine karekiet en de sprinkhaanzanger waarvan het sprinkhaanachtige geluid in zwoele zomernachten te horen is. Als gasten komen paapje, tapuit en graspieper voor en de hier overwinterende waterpieper. In de wintermaanden betrekt de klapekster hier vaak zijn winterkwartier.

Op zwoele voorjaarsavonden is het concert van de boomkikker van heinde en verre te horen. De Woeste herbergt vandaag de dag één van de grootste populaties boomkikkers in het Kreis Soest. Ook insecten als libellen en verschillende sprinkhanen van vochtige graslanden vinden in de Woeste hun leefgebied.

Contact: Arbeitsgemeinschaft Biologischer Umweltschutz im Kreis Soest e.V.