07 Kleiberg

Halfnatuurlijke weidelandschappen op de hoogvlaktes van de Haarstrang: halfwilde runderen en paarden geven hier vorm aan een voormalig militair oefenterrein.

 

Auteur: Matthias Scharf
Auteur: Matthias Scharf

Vroeger een oefenterrein, nu een natuurreservaat

Tot 2004 was het ongeveer 230 hectare grote natuurreservaat met de lange, officiële naam "Voormalig militair oefenterrein bij Büecke" nog in gebruik als militair terrein. Ook toen al kwamen er bedreigde dieren- en plantensoorten voor. Ondanks rondrijdende pantservoertuigen en schietoefeningen bleef de Kleiberg een natuurlijk aanzien houden - ook omdat er geen intensieve landbouw plaatsvond. Het oude militaire terrein ligt op de licht glooiende noordhelling van de heuvelrug de Haarstrang, hoog boven de stad Soest met haar markante kerktorens.

Drie droogdalen, de zogenaamde Schledden, doorsnijden het gebied van zuid naar noord. Plaatselijk zijn deze droogdalen zo steil dat ze op diepe kloven lijken. Tussen de droogdalen liggen open hoogvlakten. In 2013 is hier op de graslanden jaarrondbegrazing ingevoerd met taurossen en konikpaarden. Beide grazers lijken sterk op hun wilde voorouder: de oeros respectievelijk het wilde paard. Door de jaarrondbegrazing ontstaat geleidelijk een halfopen parklandschap met grasvlakten, doornstruwelen en loofbos.

De zuid- en westhelling van de Kleiberg wordt beweid met schapen. Bezoekers kunnen genieten van het wijdse uitzicht over de Westfälische Bucht, inkijkjes in het familieleven van de grote grazers en het waarnemen van vogels.

Amfibieën op de Kleiberg

De belangrijkste reden om de Kleiberg aan te wijzen als natuurreservaat is de aanwezigheid van de Geelbuikvuurpad, een pad die in Noordrijn-Westfalen met uitsterven bedreigd wordt. Deze zeldzame soort leeft in kleine plasjes, die vaak maar een paar maanden per jaar waterhoudend zijn. Bovendien komen hier ook de vroedmeesterpad, de vuursalamander en de hazelworm voor. Allemaal laten ze zich zelden zien, hoogstens op warme, vochtige dagen.

Interessante broedvogels

Veldleeuwerik, geelgors, boompieper en graspieper zijn van midden april tot eind juni in het open landschap erg actief. Ze zijn goed te zien vanaf het uitkijkpunt op de heuvel, middenin het gebied. Grauwe klauwieren zitten graag op een doornstruik te loeren op insecten. Het hele jaar door jagen er torenvalken en buizerds op de Kleiberg. Enkel in de winter heb je kans een blauwe kiekendief te zien, terwijl de rode wouw en de wespendief regelmatige zomergasten zijn en ook vaak in het gebied broeden. In de zeer gevariëerde loofbossen zijn de grote bonte specht, kleine bonte specht en groene specht te zien. Appelvinken worden aangetrokken door de kersen van de wilde, zoete kers. De Kleiberg is door het wijdse uitzicht over het omringende landschap ook de ideale plek om in het voorjaar of de herfst naar trekvogels te kijken. Vooral vogels die in grote groepen trekken, zoals kraanvogels, aalscholvers, ganzen, en grote meeuwensoorten vallen dan op.

Typische plantensoorten van de Kleiberg zijn kattendoorn en echt duizendguldenkruid. Beide soorten gedijen op schrale, voedselarme bodems. Hier komen ook orchideeën voor, namelijk grote keverorchis en het wit bosvogeltje. De bloemrijke ondergroei op bijvoorbeeld de wanden van de droogdalen trekken veel dagvlinders, waaronder de opvallende keizersmantel.

Het hele jaar door kunnen bezoekers het gedrag van de wildlevende runderen en paarden observeren.

Contact: Arbeitsgemeinschaft Biologischer Umweltschutz im Kreis Soest e.V.