Heide

Een paars bloementapijt

Auteur: Petra Salm
Auteur: Petra Salm

Leefgebied voor specialisten

Het begrip „heide“ staat voor een open, door dwergstruiken begroeid landschap. Heide ontstaat op voedselarme en zure bodems. De planten die hier leven, kunnen goed omgaan met droogte en harde wind. Kenmerkende soorten zijn struikheide, blauwe bosbes en rode bosbes.

Oorspronkelijk waren heiden alleen te vinden in van nature bosloze standplaatsen zoals kusten, venen en in gebergte. De heiden van Zuid-Westfalen zijn door menselijk gebruik ontstaan. Bossen werden geveld en de vrijgekomen oppervlakte werd gebruikt als gemeenschappelijke weide om kuddes vee in te hoeden. De dwergstruikvegetatie die zich hieruit vormde, werd bovendien bevorderd door het zogenaamde potstalsysteem. Daarbij wordt het bovenste deel van de bodem afgeplagd en als stro in de stallen neergelegd. Het met dierlijke uitwerpselen aangerijkte stro werd dan na de winter als bemesting op de akkers aangebracht.

Op een handjevol uitzonderingen na zijn heidegebieden cultuurlandschappen, die alleen kunnen blijven bestaan wanneer ze in gebruik blijven en beheerd worden. Om de opslag van bomen en struiken tegen te gaan worden heiden meestal met schapen en geiten beweid. In sommige gebieden worden echter ook oude runderrassen ingezet. Bovendien worden in enkele heidegebieden gericht delen afgebrand, of met machines afgeplagd. Op die manier kan de heide zich verjongen.

Daar waar jeneverbes op de heidevlakte groeit, spreekt men van een Wacholderheide („jeneverbes-heide“). In hoogtelagen boven 600 meter zeeniveau vormen zich bergheiden (dit is de tegenhanger van de heide zoals we die in Nederland kennen en die op de zandgronden ongeveer op zeeniveau groeit).

Nadat het heidegebruik werd opgegeven, ging veel montane heide verloren. Tegenwoordig zijn er in Zuid-Westfalen slechts enkele montane heiden. Deze worden door gerichte beschermings- en beheermaatregelen behouden.

Zeer indrukwekkend is de heide in de nazomer of de vroege herfst, als de struikhei bloeit en zich als een fel, paarsgekleurd tapijt presenteert.

Heiden zijn belangrijke leefgebieden voor talrijke dieren, waaronder de zeldzame boomleeuwerik. Daar waar sporadisch groeiende struiken of bomen een uitkijkpost vormen, voelen ook de grauwe klauwier en de klapekster zich thuis. Voor de insectenwereld zijn heiden evenwel bijzonder belangrijk. Bijen, vlinders, kevers en sprinkhanen maken in grote aantallen gebruik van de warme, open en bloemrijke biotoop.