Stilstaand water

Oasen in ons landschap

Auteur: Birgit Beckers
Auteur: Birgit Beckers

Van regenplasje tot meer

De grotere, stilstaande wateren in Zuid-Westfalen zijn door mensen gemaakt, zoals bijvoorbeeld de stuwmeren Möhnesee of de Biggesee, en de door grindwinning ontstane meren zoals de Zachariassee.

Deze meren bieden veel vogelsoorten een plaats om te fourageren en te broeden. Bij de Möhnesee fourageren bijvoorbeeld kuifeenden, wilde eenden, en tafeleenden, meerkoeten en futen. Aalscholvers kan men hier en op de Zachariassee in grote aantallen aantreffen.

Van nature zijn er in Zuid-Westfalen vooral kleine stilstaande wateren aanwezig, zoals vijvers, plassen, of poelen en plasdras. Delen van beken en rivieren die zijn afgesneden van het stromend water, worden oude beekarmen of oude rivierarmen genoemd. Terwijl een vijver altijd waterhoudend is, kan een ondiepe plas of poel af en toe droogvallen. Plasdras is een zeer ondiepe plas in het grasland die doorgaans in de zomer opdroogt.

Stilstaand water heeft een belangrijke betekenis als biotoop voor talloze dier- en plantensoorten. Amfibieën leggen in het voorjaar hun eitjes in het water, libellen en andere insectensoorten leven in respectievelijk aan het water. Ook talrijke vogelsoorten zoals diverse eenden, rallen en de rietzanger leven aan stilstaand water. Vooral de plas-dras situaties in de riviervlakten werken als een magneet op trekkende vogels. Hier peuteren ze in de zachte grond naar wormen en insecten. Zo komen ze aan energie voor de verdere trektocht.

Veel soorten, waaronder de zeldzame geelbuikvuurpad, zijn aangewezen op kleine poeltjes die in de zomer droogvallen. Alleen in zulke poeltjes kunnen zij zich handhaven tegenover concurrentiekrachtiger soorten. De tijdelijk waterhoudende poeltjes, zelfs de allerkleinste regenplas, hebben als bijkomend voordeel dat ze vrij zijn van vis, en in het voorjaar sneller opwarmen.

Ook in vijvers, ondiepe plassen en droogvallende poeltjes, het stilstaand water, komen kleine organismen voor die onderdeel uitmaken van het macrozoöbenthos. Het zijn echter wel andere soorten dan bij het stromend water. In stilstaand water warmt het water in de zomer sterker op en bevat daardoor minder zuurstof. De dieren moeten dus met minder zuurstof overweg kunnen of aan zuurstof zien te komen. Sommige wantsen en kevers komen aan het wateroppervlakte en nemen een luchtvoorraad mee naar beneden. Andere soorten, zoals muggenlarven, hangen onder het wateroppervlakte en halen daar adem.