Stromend water

Dynamiek is doorslaggevend

Heve (Joachim Drüke)
Heve (Joachim Drüke)

Een netwerk doorkruist het landschap

Een netwerk aan beken en rivieren doorkruist Zuid-Westfalen. Veel van deze beken, vooral in het middelgebergte, zijn nog echt natuurlijk. Maar stromend water werd al heel vroeg door mensen aan banden gelegd. Stromend water werd rechtgetrokken, versmald en daarmee van haar dynamiek beroofd. Talloze stuwen en duikers hebben de toegankelijkheid van de biotoop voor haar bewoners verkleind. Riviervlaktes werden ontwaterd en toegevoegd aan het intensive agrarisch gebruik, vaak zelfs bebouwd. Het intensive agrarische gebruik leidde tot een sterke belasting van het water met mesttoffen en zelfs pesticiden. Afvalwater van de industrie werd niet zelden direct in de rivier geleid. Veel dier- en plantensoorten verdwenen uit onze beken en rivieren.

De laatste jaren heeft men veel beken en rivieren weer hersteld. Zo hebben zich weer halfnatuurlijke delen van beken en rivieren kunnen ontwikkelen. Ze worden gekenmerkt door een lange, meanderende loop met een structuurrijke bedding. Talloze insectenlarven, rivierkreeften, schelpdieren, slakken en vissen krioelen in het water. Viseters, zoals ijsvogel en zwarte ooievaar, maar ook insecteneters, zoals grote gele kwikstaart en waterspreeuw vinden hier voedsel in overvloed. In het middelgebergte omzomen lichte elzenbroekbossen de loop van de beek, in het laagland gaat het dan om zachthoutooibossen of soortenrijke weilanden en graslanden.

Kleine organismen onder water

De bodem van beken en rivieren is de biotoop van veel kleine organismen, het zogenaamde macrozoöbenthos. Daarmee worden alle bodembewonende dieren bedoeld die je met het blote oog nog kan zien.

De meest uiteenlopende soortgroepen zijn hier vertegenwoordigd, bijvoorbeeld wormen, slakken, kleine kreeftachtigen zoals vlokreeften, en insecten zoals wantsen en enkele keversoorten. Deze dieren leven hun hele leven in het water. Bij de diverse insectenlarven is dit anders: zij verlaten als volwassen dier het water. Tot deze groep behoren verscheidene soorten eendagsvliegen, libellen, steenvliegen, schietmotten en muggen.

De organismen in het stromend water hebben in de regel een zeer hoge zuurstofbehoefte, en stellen hoge eisen aan de waterkwaliteit. De beekbodem bestaat hier uit kiezels en stenen. In de holletjes, gaten en poriën van deze stenen leven veel dieren.

De soorten van stromend water hebben interessante aanpassingen aan de stroming ontwikkeld. Sommige soorten zijn helemaal afgeplat en drukken zich tegen de stenen, anderen hebben zuignappen of kransen van haken waarmee ze houvast hebben in de sterke stroming. Kokerjuffers, de larven van steenvliegen, bouwen een cocon uit steen of stukjes hout. De dieren van het macrozoöbenthos zijn zeer talrijk. Ze vormen het hoofdvoedsel van vissen. Ook de inheemse waterspreeuw heeft zich gespecialiseerd in het zoeken naar insectenlarven in de beek.