Klimaat

Milde winters en koele zomers

Laagland en middelgebergte - compleet verschillende gebieden

Zuid-Westfalen ligt in een gebied wat klimatologisch sterk door de zee wordt beïnvloed (Atlantisch klimaat). De invloed van de zee ontstaat door het verzachtende effect op de luchttemperatuur door de watermassa's van de zee. De winter is in de klimaatzones onder atlantische invloed in de regel mild, en de zomer over het algemeen koel. Hoe verder het land van de zee verwijderd ligt, des te geringer is deze invloed van de zee. Men spreekt dan van een landklimaat. Af en toe heerst er in Zuid-Westfalen een continentale invloed met langere perioden van hoge luchtdruk. In de zomer leidt dit bij zomerweer tot hoge temperaturen, in de winter zijn continentale invloeden vaak met koudeperioden verbonden.

Temperatuur, wind en neerslag zijn naast globale invloeden, in sterke mate ook afhankelijk van het reliëf en de hoogte. Dat is vooral in Zuid-Westfalen merkbaar. De noordelijke, vlakke gebieden in het overstromingsgebeid van de Lippe en aan de Haarstrang onderscheiden zich aanzienlijk van de hoge berggebieden als het gaat om de weersomstandigheden.

Gemiddelde jaartemperatuur

Terwijl de gemiddelde jaartemperatuur in de laagegelegen delen van de Westfälische Bucht over het algemeen circa 9° C bedraagt, ligt deze waarde in de bergen van Sauer- en Siegerland slechts tussen 5 en 8 °C. Met minder dan 60 vorstdagen per jaar wordt de Westfälische Bucht aanzienlijk minder door vorst beïnvloed dan de hooggelegen gebieden. Op de hoogvlaktes van Sauer- en Siegerland  is bijna een derde van alle dagen in het jaar een vorstdag (Lanuv NRW 2014).

Neerslag

Het omgekeerde is het geval met neerslag. Het neerslagvolume van Zuid-Westfalen neemt toe met de hoogte van het gebied, en is in elk geval ook afhankelijk van de expositie. Aangezien het weer in Nordrhein-Westfalen voornamelijk bepaald wordt door de weersomstandigheden in het westen en zuidwesten, valt er op de west- en zuidwest berghellingen die op de wind zijn gericht (loefzijde) meer neerslag. De wolken moeten hier opstijgen en laten dan hun neerslag los. Daarentegen neemt de neerslag op de hellingen die van de wind zijn afgekeerd (lijzijde) in Kern- en Südsauerland juist weer merkbaar af. Het hogergelegen Hochsauerland ligt wederom aan de loefzijde en laat dienovereenkomstig een hoog neerslagvolume van tot 1700 millimeter per jaar zien.

Als men de verdeling van het neerslagvolume over het hele jaar bekijkt, dan vallen twee uitschieters op; één in de zomer (veelal juli) en een tweede in de winter (veelal december). In de hoge gebieden vindt in het bergland van Zuid-Westfalen de meeste neerslag in wintermaanden plaats, terwijl in de laagvlaktes de meeste neerslag in de zomer valt, wanneer het sterkere zonlicht tot meer onweer en regenbuien leidt. In de Westfälische Bucht valt tussen de 600 en 1000 millimeter neerslag per jaar.

Trends

Slechts door jarenlange metingen kunnen trends in de ontwikkeling van het klimaat aangetoond worden. Voor Nordrhein-Westfalen zijn er data vanaf 1901 beschikbaar. In deze periode is er een stijging van 1,1 graden van de gemiddelde jaartemperatuur vastgesteld. In de onderzoeksperiode van de afgelopen 108 jaar is de neerslag ook toegenomen, en wel met 13 procent ten opzichte van de het langjarig gemiddelde. Daarbij valt de tendens waar te nemen dat het in de winter vaker regent en in de zomer eerder minder vaak. Het aantal dagen dat er meer dan 20 millimeter regen valt (zware regens) is in de periode van 1950 tot 2008 eveneens toegenomen.