Tips voor de omgeving

Sankt Ida Herzfeld
Sankt Ida Herzfeld

Langs de Lippe zijn enkele cultuurhistorische bezienswaardigheden te vinden.

In Hellingshausen staat de parochiekerk St. Clemens. Als je naar de dichtgemetselde welfbogen van de romeinse toren kijkt, lijkt de toren in de bodem te zijn weggezakt. In feite is de grond, door de afzet van rivierklei in de 700 jaar dat de toren bestaat, juist in hoogte gestegen.

In de eerste wereldoorlog zijn de orgelpijpen en de klokken uit de kerk gehaald en voor oorlogsdoeleinden omgesmolten. In 1920 heeft de kerkgemeente nieuwe klokken aangeschaft.

In de kerk is het beroemde "versteende brood" te zien. Volgens de lokale sage veranderde het brood van een rijke vrouw in steen, nadat zij haar arme zus en diens hongerige kinderen een stuk brood weigerde.

In Herzeld in de Sankt Ida Kirche ligt het graf van de heilige Ida. Ida was een familielid van Karel de Grote. Tijdens een rustpauze in Herzfeld kreeg ze in een droom de opdracht om ter plekke aan de oever van de Lippe een kerk op te richten. Ida heeft de kerk gebouwd en was oprichtster van de eerste katholieke gemeente in de streek Münsterland. Volgens de sage had de zachtmoedige Ida een vriendelijk hert, die de stenen naar de bouwplaats van de kerk droeg. Het trouwe dier volgde haar zelfs dwars door de rivier de Lippe, zonder ook maar een steen te verliezen.

Na de dood in het jaar 811 van haar echtgenoot, die zijn laatste rustplaats aan de zuidkant van de kerk heeft, werd over zijn graf heen een portico gebouwd. Ida heeft vanaf dat moment hier gewoond, waar zij zich om de armen bekommerde. Na haar dood werd haar graf in de portico één van de eerste bedevaartsoorden in Westfalen. Tegenwoordig zijn de sarcofaag van de heilige Ida en de overblijfselen van de door haar gebouwde kerk in een crypte te zien.

In Hovestadt kun je de baroktuin van Schloss Hovestadt bezoeken.

Het slot komt voort uit een in het jaar 1276 gebouwde burcht, die meerdere malen vernietigd en weer opgebouwd is. Goswin von Ketteler liet de burcht in de jaren 1563 tot 1572 ombouwen tot een slot. Het geldt tegenwoordig als het meesterwerk van Laurenz van Brachum, de bouwmeester van de Lippe-Renaissance. In 1710 heeft Freiherr Friedrich Bernhard Wilhelm von Plettenberg-Lenhausen het slot aangekocht voor een prijs van 180.000 rijksdaalders.

Het slot, met het bijbehorende grachtensysteem, is bewoond en niet te bezichtigen. De tussen 1994 en 1997 zorgvuldig gereconstrueerde baroktuin is daarentegen het hele jaar door vrij toegankelijk.

In Heintrop staat de enige bewaarde windmolen in de regio, Sändkers Mühle. Een te laag waterpeil in de beek de Quabbe was in 1814 de reden voor de Graaf van Galen van het Huis Assen om naast de bestaande watermolen nog een windmolen in Lippborg te bouwen. De onderneming bleek echter noodlottig. Meerdere malen braken de wieken, vaak waren er reparaties nodig en bovendien was er niet genoeg maalkoren voor twee molens. De graaf liet al snel de windmolen afbreken en in Heintrop, verderop de Lippe, weer opbouwen. In 1867 kreeg de familie Sändker de molen in handen en liet die moderniseren. In 1976 liet Wilhelm Sändker het molenbedrijf aanpassen. Na een grondige renovatie in 1995-1997 kreeg de molen de status van  technisch en cultureel erfgoed.

Ten zuiden van Lippborg kom je langs het spoorwegmuseum Museumsbahnhof Heintrop. Op 1 april 1903 werd de spoorlijn vanuit Hamm via Lippborg naar Oestinghausen in gebruik genomen. De lijn werd vooral gebruikt om landbouwproducten te transporteren en goederen te leveren aan industriële bedrijven. Personenverkeer speelde pas in de eerste jaren na de oorlog een wat grotere rol. In de jaren 1950 volgden de eerste efficientiemaatregelen. Op 27 september 1964 eindigde het personenvervoer tussen Hamm en Lippborg. Tot in het jaar 1989 werden er nog goederen per trein vervoerd voor de Bäuerliche Bezugs- und Absatzgenossenschaft (Boerenbond).

Uiteindelijk verkreeg het spoorwegmuseum Hamm het stuk spoorweg en het station en heeft die gesaneerd.