29 Orlebachtal - Orlebach-dal

In het Orlebachtal bij Balve kunnen bezoekers de bijzondere dier- en plantensoorten van een vrijwel natuurlijke middelgebergte-beek van zeer dichtbij bewonderen: ijsvogels, beekjuffers en beekprik hebben hier hun thuis.

Orlebach-dal (Naturschutzzentrum MK)
Orlebach-dal (Naturschutzzentrum MK)

Eén van de mooiste meanderende beken van de omgeving

De Orle ontspringt aan de Bollenberg in Balve in de buurt van het gelijknamige natuurreservaat. Zij stroomt weinig later door het "gouddorp Mellen" en bereikt pas na twee kilometer het eigenlijke, 15 hectare grote, natuurreservaat Orlebachtal. Hier slingert de beek zich in karakteristieke kronkels door het fraaie beekdal en vormt hier één van de mooiste beekdalen van de omgeving. Bovenaan de helling ligt een "boseiland" waarvan het hoogste punt, de Burgberg Wockum, een tweede, klein natuurreservaat is. Nadat de Orle het natuurreservaat heeft verlaten stroomt hij in de slotgracht van de waterburcht Wockum, verlaat deze weer en mondt ongeveer ter hoogte van de Wocklumer Molen uit in de Borke. De Borke stroomt iets later in de Hönne.

Schoon en zuurstofrijk stromend water

In de Orle leven veel diersoorten die aan het stromende water zijn aangepast. Goed te zien zijn de bronlibel en de bosbeekjuffer, twee soorten die aangewezen zijn op schoon, zuurstofrijk water. In het water groeit waterranonkel en zwemmen beekprik en Cottus gobio (een soort donderpad). Beekprikken zijn geen gewone vissen maar behoren tot de kaakloze vissen. Ze laten zich nauwelijks zien en leven verstopt in het sediment. Het duurt drie tot vijf jaar tot de dieren volwassen zijn. Volwassen beekprikken eten niet meer en sterven na het leggen van hun eitjes.

Alle drie bij ons voorkomende vogelsoorten die specifiek aan beken gebonden zijn, kan men hier waarnemen: de grote gele kwikstaart en de waterspreeuw jagen net zo graag in de Orle als de ijsvogel. In de indrukwekkende steile oeverwanden van de beek graven ijsvogels hun kaarsrechte gangen met nestholte. In de regel graven ze hun nest een flink stuk boven de waterlijn. Terwijl in de vallei de voedselrijke alluviale bodem het beeld bepaalt, zijn de hellingen voedselarm. De schraalgraslanden die hier groeien zijn toevluchtsoorden voor planten met een voorkeur voor voedselarme bodems: muizenoor, reukgras en tormentil zijn slechts drie voorbeelden uit deze groep.

Contact: Naturschutzzentrum Märkischer Kreis e. V.