30 Bommecketal - Bommecke-dal

Vlakbij het industriële landschap van Lennetal in Plettenberg ligt een andere, rustige wereld met een betoverend dal. De Quellbach is een toevluchtsoord voor veel zeldzame soorten geworden.

Bommecke-dal (Michael Kaub)
Bommecke-dal (Michael Kaub)

Een ongerept ravijn met waterval

In de bovenloop van het Bommecketal kabbelt de beek nog kalmpjes voort, maar later wordt hij levendiger, met kleine stroomversnellingen, en versmalt hij zich tot een woest ravijn met waterval. Zelfs hartje zomer blijft het hier aangenaam vochtig en koel. Het Bommecketal is een onaangetast, diep ingesneden V-dal. Het ligt tussen twee bergtoppen, de Lechtenhardt in het westen en de Strickenhagen in het oosten. Beide toppen zijn bijna 500 meter hoog. Het totale oppervlakte van het Bommecketal is bijna 80 hectare, waarvan 51 hectare aangewezen is als natuurreservaat. De loofbossen binnen dit natuurreservaat zijn één van de 300 "Wildniswälder" van de deelstaat. Deze bossen zijn in 2013 door de deelstaat Noordrijn-Westfalen aangewezen in gebieden die in hun bezit waren.

De indrukwekkende rotsen op de steile, beboste berghellingen en de talrijke watervalletjes in de beekloop geven het dal het karakter van een ravijnbos. Ook de naam wijst daarop, want "Bommecke" betekent letterlijk "door bomen overgroeide beek". De Bommecke ontspringt aan een bron op 425 meter boven de zeespiegel. Ze mondt uit in de Lenne op een hoogte van ongeveer 200 meter boven de zeespiegel. Het hele traject loopt gelijkmatig van zuid naar noord en is ongeveer drie kilometer lang. Het onderste deel van het dal is landschappelijk zeer indrukwekkend. De aanhoudende erosie door het water van de beek heeft hier de stenige ondergrond gevormd. Talloze stroomversnellingen, kleine watervalletjes en kolken werden hier gevormd terwijl de Bommecke zich in de loop der tijd steeds dieper in het gesteente heeft gesneden. Ook uit geologisch oogpunt is het Bommeckertal interessant: ertsvormenden processen hebben geleid tot de afzetting van galeniet (loodglans) en andere ertsen. De beide toenmalige steengroeven "Henriette" en Oude man" zijn nu officiële cultuurmonumenten.

Biotoop voor duidelijk montane soorten

De Bommecke is de voorkeursbiotoop voor soorten die zijn aangewezen op koel, zeer schoon water met een hoog zuurstofgehalte. Het zijn zeldzame, onopvallende soorten als

ronde beekmuts, bronslakken, Crenobia alpina, (een soort platworm), netmuggen en hun larfjes, maar ook bepaalde aan stortbeken gebonden mossen. Een zeldzame roodwier groeit in de Bommecke en enkele andere bronbeken in de omgeving. Het groeit als grote, bloedrode vlekken op min of meer vochtig gesteente. Het ravijnachtige karakter van het op het noorden geëxponeerde V-dal maakt dat hier soorten voorkomen die normaliter alleen in hooggelegen regio's te vinden zijn. Het dal is intussen een refugium geworden voor veel  soorten uit berggebieden.

Een kenmerkende soort die jaarrond in zijn leefgebied aanwezig is, is de vuursalalamander. Zijn larven groeien op in de heldere bergbeekjes. Net als meerdere vleermuissoorten overwintert hij in oude tunnels en mijngangen. Op de rotsvlakten groeien kenmerkende soorten zoals stijve naaldvaren en gewone eikvaren. Typische vogelsoorten van de leefgebieden in het Bommecketal zijn waterspreeuw en grote gele kwikstaart.

Contact: Naturschutzzentrum Märkischer Kreis e. V.