32 Ebbemoore - Ebbe-venen

De waterverzadigde hellingvenen en de door bronnen gevoedde venen in het Ebbegebergte zijn de kroonjuwelen van de bijna compleet beboste heuvelrug in het europese natuurreservaat Ebbemoore.

Ebbe-venen met beenbreken (Naturschutzzentrum MK)
Ebbe-venen met beenbreken (Naturschutzzentrum MK)

Grundlose, Wolfsbruch en Wilde Wiese

Het Ebbegebergte is een zo goed als compleet beboste en bijna onbewoonde heuvelrug tussen Meinerzhagen in het westen en Attendorn in het oosten. Het landschap wordt gekenmerkt door donkere sparrenbossen en beekbegeleide broekbossen langs kristalheldere beken. Het landschap is bezaaid met halfnatuurlijke loofbossen. De kroonjuwelen van de natuur in het Ebbegebergte zijn echter de talrijke venen. Het klimaat boven in de bergen is ruig, regenachtig en gunstig voor veenontwikkeling. De in vergelijking met laagveen vrij kleine venen in het Ebbegebergte zijn vaak op hellingen te vinden. Hun veelzijdigheid en hun specifieke flora en fauna rechtvaardigen hun grote belang voor de natuur in de deelstaat . Het grootste veen in het gelijknamige reservaat Ebbemoore is het door de alleenstaande zachte berken gekenmerkte, ca. zeven hectare grote, "Grundlose".Vlakbij het dorp Willertshagen gelegen, vormt het veen het brongebied van  de Lister. Enkele venen zoals de "Wolfsbruch" en de "Wilde Wiese" laten zich ontdekken vanaf de aangrenzende wandelpaden. Een bezienswaardigheid in het Ebbegebergte is de in 1912-1913 opgerichte Robert-Kolb-Turm. Deze staat op het met 663 meter boven de zeespiegel hoogst gelegen punt in het Märkische Kreis, de Nordhelle.

Het jaar in het Ebbegebergte

De schuwe zwarte ooievaar gebruikt het vrijwel natuurlijke water graag om voedsel in te zoeken. Nog minder vaak is de ruigpootuil te zien, die in strenge en lange winters ook dankzij zijn warme beenveren overleven kan. In de herfst laten edelherten zich regelmatig horen tijdens de bronsttijd. Er leven ongeveer 100 edelherten in het Ebbegebergte. De veenbesparelmoervlinder staat in het Ebbegebergte, net zoals in heel Noordrijn-Westfalen, helaas op het punt van uitsterven. Als rups voedt hij zich uitsluitend met de veenbes, die op de veenmosbulten in de venen groeit. Het verwijderen van niet inheemse naaldbomen in en rond de venen, waarmee in de jaren 1990 begonnen is, komt voor deze vlinder waarschijnlijk te laat.

In het voorjaar verblijden duizenden lenteklokjes, verwant aan het gewone sneeuwklokje, de bezoeker in het Herveler Bruch. In de venen draagt het veenpluis in elk geval al in het voorjaar vruchten.

In de vroege zomer bepalen de grote witte bloemen van de witte boterbloem het beeld in de oeverranden en de lichte, beekbegeleidende bossen. Zijn verhoudingsgewijs kleine verwanten, zoals kruipende- en scherpe boterbloem, verschijnen dan als gele stippen in het weiland.

Het voorkomen van de witte boterbloem in de valleien van het Ebbegebergte is uniek voor Noordrijn-Westfalen. Pas in het Zwarte Woud en andere Zuid-Duitse gebergtes wordt het verspreidingsgebied van dit “Sauerlandse ijstijdrelict” voortgezet. Een andere floristisch kleinood, de beenbreek, dompelt met zijn gele bloemen in juli onder andere het hoogveen van Piwitt bij Meinerzhagen-Valbert onder in warme kleuren. Dit gebied is ook bekend om zijn jeneverbesstruwelen.

Contact: Naturschutzzentrum Märkischer Kreis e. V