Eikenbossen

Veterane bomen

Auteur: Antonius Klein
Auteur: Antonius Klein

Gemengde loofbossen met eiken variëren per standplaats

In Zuid-Westfalen zijn twee erg op elkaar lijkende eikensoorten inheems, namelijk de zomereik en de wintereik. Gemengde bossen met wintereik groeien bij voorkeur op warmere, drogere hellingen, terwijl de zomereik vaak in ooibossen in brede dalen en vlakten groeit. De zomereik is minder gevoelig voor kou maar heeft een hogere waterbehoefte.

Eiken hebben zwaar te lijden onder wildvraat. De eikels worden door dieren gegeten en de zaailingen worden door vraat beschadigd. Daarbij hebben ze moeite om zich in onze bossen op natuurlijke wijze te verjongen. Ofschoon in sommige jaren de eikels in overmaat op de grond vallen, en eekhoorns en gaai voor de verspreiding van de eik zorgen, worstelen de lichtbehoevende eikenkiemplantjes met de concurrentie van beuken, haagbeuken en andere soorten.

Intussen gaat men er vanuit dat grootschalige eikenbossen in Midden-Europa, die op standplaatsen staan waar beuken zouden kunnen voorkomen, door menselijk ingrijpen zijn ontstaan. Dat wil zeggen, ontstaan zijn door aanplant en uitzaai alsook door gericht beheer, en alleen daardoor behouden zijn gebleven.