Hakhoutbossen

Traditioneel bosgebruik

Auteur:Ursula Siebel
Auteur:Ursula Siebel

Gekenmerkt door uitgestoelde stammen

Hakhoutbossen ontstaan door een traditionele gebruiksvorm van loofbossen. Daarbij werden de bomen alle 15 tot 25 jaar afgehakt („op stronk gezet“). De stam werd afgezet boven de wortels, die zo behouden bleven. Op deze manier konden de bomen weer regenereren uit de wortelstokken die in nog de bodem zaten. In de loop van de tijd ontstaan daardoor lage bossen uit bomen met intussen meerdere, verhoudingsgewijs dunne stammen van tot tien meter hoog. Deze groeivorm verleent het hakhoutbos haar geheel eigen karakter.

Niet alle boomsoorten zijn geschikt voor het hakhoutbeheer. De beuk heeft bijvoorbeeld een te gering uitstoelingsvermogen (het vermogen om scheuten te vormen uit een afgezaagde stam). Daarentegen zijn berk, eik, haagbeuk, linde, esdoorn, es en els wel geschikt, evenals wilg en hazelaar.

Lange tijd waren hakhoutbossen relatief wijd verbreid. Behalve voor het gebruik als brandhout werden de hakhoutbossen in Siegerland ook gebruikt voor het winnen van eikenschors, als looimiddel voor het looien van leer. Na het afzetten van de stammen dienden de hakhoutbossen – met behoud van de uitgestoelde stammen - als graanveld, later als bosweide. Met de toenemende industrialisering verloren de hakhoutbossen echter hun betekenis en werden zij opgegeven of in het gebruikelijke bos van tegenwoordig omgezet. Hiermee verdwenen ook de aan de hakhoutbossen aangepaste dier- en plantengemeenschappen.

Door de terugkerende afwisseling tussen kaalslagvlaktes en percelen met het karakter van een jong bos, zijn de plantengemeenschappen in hakhoutbossen onderhevig aan een zekere dynamiek. Afhankelijk van het stadium van het bos domineren zeer verschillende gemeenschappen en structuren.

De samenstelling van de fauna is in het hakhoutbos eveneens onderhevig aan het ritme van het gebruik. Voor veel soorten hebben de overgangszones een bijzondere waarde, bijvoorbeeld tussen percelen die recent gekapt zijn en percelen met jonge scheuten, en diegenen die inmiddels weer met licht bos begroeid zijn.