Ravijnbossen

Steil, koel en vochtig

Auteur: Antonius Klein
Auteur: Antonius Klein

Beschaduwd bos in moeilijk toegankelijke valleien

Onder het begrip ravijnbos (ook „schaduwrijk hellingbos“) worden natuurlijke bostypen samengevat, die in uitgesproken ravijnachtige dalen en op steile, op het noorden gerichte hellingen groeien.

Slechts weinig zonnenstralen bereiken in de loop van de dag en het jaar de van de zon afgekeerde helling. Door de in ons gebied overheersende west- tot zuidwestelijke wind liggen de ravijnbossen meeste tijd van het jaar in de windluwte. Daarmee hebben ze in de regel een koel-vochtig microklimaat.

De bodem op de hellingen wordt doorzijgt door regenwater of kwelwater en hiermee steeds enigszins vochtig gehouden en bovendien ook heel voedselrijk. Tijdelijk grote hoeveelheden water veroorzaken op steile hellingen vaak kleine aardverschuivingen.

Op deze instabiele, rotsige en van een dunne bovenlaag voorziene bodem vinden loofhoutsoorten met hun wortels een beter houvast dan naaldbomen. Meestal domineren essen, gewone esdoorn en de intussen zeldzaam geworden ruwe iep de hellingen. Weliswaar zou de beuk op de hellingen eveneens goed kunnen gedijen, maar zij wordt op de voedselrijke bodem verdrongen door de sneller groeiende boomsoorten.

In de ondergroei bepalen naast verschillende varens

vooral stikstofminnende planten als brandnetels, zevenblad en groot springzaad het beeld. Maar ook de wilde judaspenning gedijt hier. Talloze mossen bedekken de vochtige bodem, rotsen en boomstronken. Sommige bomen in het ravijnbos groeien in een boogvorm. Een dergelijk groeivorm ontstaat wanneer de bodem is gaan schuiven. De boom wordt daardoor uit het lood gebracht en richt zich met hulp van de kromming weer loodrecht op.

De weelderige vegetatie samen met de hellingshoek van het terrein maken ravijnbossen echt onbegaanbaar, zelfs ontoegangelijk. Ze zijn nauwelijks  economisch of recreatief te gebruiken, wat ze tot toevluchtsoorden heeft gemaakt voor talrijke dieren, zoals vleermuizen of de vuursalamander.